Een tweede leven voor verse levensmiddelen

Ondernemer Bart Groesz van PLUS Rozenburg ergerde zich al jaren aan het gemak waarmee voedsel wordt weggegooid. De trigger om er daadwerkelijk wat aan te doen kwam na het lezen van het boek Waste van Tristram Stuart. Een documentaire waarin eveneens voedselverspilling centraal stond gaf de doorslag. Daarin werd getoond dat komkommers werden vernietigd. Niet omdat ze niet goed waren, maar omdat ze te krom waren. Groesz: “Ik wil  dat voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is ook voor menselijke consumptie wordt hergebruikt, dus niet voor dieren en al zeker niet voor vergisting.."

Groesz besluit het weggooien van voedsel in zijn zaak eens nauwkeuriger in kaart te brengen. Zijn bedrijfseconomische cijfers waren zo slecht nog niet; de derving was rond het gemiddelde van 1,5%. Maar hij wilde precies weten hoeveel en welk soort voedsel er nu daadwerkelijk wekelijks werd weggegooid. Het bleek om zo’n 400, 500 kilo per week te gaan waarvan 80% vers. Daar zaten veel groentes tussen waar een plekje op zat of een tomaat die wat zachter was geworden. Groentes die nog prima voor menselijke consumptie geschikt waren (voor bijvoorbeeld in de soep), maar toch uit de supermarkt werden gehaald.

Hulp van de universiteit
De ondernemer neemt contact op met de Universiteit van Wageningen, daar stond toevallig de voedselverspilling hoog op de projectenlijst. Een afspraak was dus snel gemaakt. Samen met de universiteit wordt er een business case ontworpen waarbij de voedselverspilling van PLUS Rozenburg samen met een naburige PLUS nauwkeuriger in kaart wordt gebracht. De eerste fase is inmiddels afgerond en is er een plan van aanpak om derving te sorteren waardoor een behoorlijk gedeelte alsnog voor menselijke consumptie geschikt is.

De tweede fase houdt in dat er voedselveiligheidsprotocollen worden geformuleerd voor het (her)gebruik van vers voedsel. Daarnaast worden er volop gesprekken gevoerd met professionele partners. Niet alleen met organisaties zoals het Leger des Heils, maar Groesz praat ook met een cateraar die het weggegooide voedsel,dat nog prima geschikt is voor menselijke consumptie, wil gebruiken voor bijvoorbeeld kwalitatieve hoogwaardige maaltijden. Daarnaast heeft hij contact met een bedrijf dat uit het brood diverse stoffen kan terugwinnen zoals zetmeel, eiwitten en dergelijke. Groesz: “Ik wil dat voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is ook voor menselijke consumptie wordt hergebruikt, dus niet voor dieren en al zeker niet voor vergisting.”

Nooit meer zomaar weggooien
Groesz heeft voor deze twee onderzoeken subsidie aangevraagd en gekregen van het ministerie van Landbouw. Al met al een traject dat niet over een nacht ijs gaat. Bart Groesz in nu al ruim twee jaar bezig.” “Ik hoop met dit traject ook andere supermarkten te inspireren om minder voedsel weg te gooien binnen nu en 10 jaar. Bij ons, maar ook bij de kweker. Dat we straks geen groente of fruit meer weggooien, omdat het esthetisch niet mooi is of niet in de machine past. Het grootste probleem blijft wel de eindgebruiker, de consument. Kijk maar wat je zelf dagelijks of wekelijks aan voedsel weggooit. Ik denk ook dat door de lage voedselprijs voedselverspilling in Nederland geen issue is. Een tomaatje van een paar centen weggooien doet bij de meeste mensen immers geen pijn. We kunnen het ons met gemak  veroorloven om thuis 30% weg te gooien. Het is helemaal vreemd dat we een kilo sperziebonen voor 1 euro  kunnen inkopen in Eqypte. Daarvoor moet het worden geteeld, de boer moet een prijs kunnen krijgen en het moet naar Nederland worden gevlogen. Dat stukje bewustwording, dat dit eigenlijk niet kan, zit nog lang niet tussen de oren van de consument. En tot die tijd zet ik me in ieder geval in om voedselverspilling bij mij in de supermarkt zo optimaal mogelijk tegen te gaan. En dat gaat lukken!”